Boekproject: De boom die een wereld was (5/6/7/8)

Boekproject: De boom die een wereld was (5/6/7/8)

De krat zet één boek in de schijnwerpers en bevat een verdiepend project rondom deze titel, waarbij de leerlingen gedurende een aantal weken intensief met dit boek aan de slag gaan.

In een aantal lessen ga je aan de slag met het boek 'De boom die de wereld was'.

De boom is oud en stil. Aan een tak hangt een luiaard de hele dag roerloos voor zich uit te staren. Tussen de wortels slaapt een beer. Een mier marcheert dag in dag uit dezelfde weg langs de stam. Maar wat gebeurt er als de nacht valt en niemand de luiaard meer in de gaten houdt? Waarom is de kruisspin zo mager? En Betsie, de bladluis, zo moddervet? Waarom kijken die twee snoeken in het meertje bij de boom zo chagrijnig? En die bonte boomeekhoorn – heeft die nou een horloge om?

Met dit krat wordt aan de volgende SLO-doelen gewerkt:

  • Kerndoel 1: De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen
    • A. De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving
    • B. De school stimuleert de taalontwikkeling van leerlingen in alle leergebieden
  • Kerndoel 2: De leerling begrijpt teksten
    • A. De leerling toont begrip van zakelijke en literaire teksten
    • B. De leerling evalueert en reflecteert op zakelijke en literaire teksten
    • C. De leerling verkent de betrouwbaarheid van verschillende bronnen
  • Kerndoel 3: De leerling produceert teksten
    • A. De leerling spreekt en schrijft afgestemd op doel, publiek en context
    • B. De leerling schrijft om tot kennisopbouw of begrip te komen
  • Kerndoel 4: De leerling voert gesprekken
    • A. De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context
    • B. De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen
  • Kerndoel 5: De leerling ontwikkelt zich als een bewuste taalgebruiker
    • A. De leerling reflecteert op het proces en evalueert het product van een taalactiviteit
  • Kerndoel 6: De leerling toont inzicht in taal als systeem
    • A. De leerling beschouwt de relatie tussen vorm en betekenis van taal
    • B. De leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie
  • Kerndoel 7: De leerling verkent het gebruik van taal
    • A. De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit
    • B. De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied

Helaas is dit project niet meer beschikbaar omdat het al voor alle projectperiodes is gereserveerd.