Samenleeskrat: Kermiskind – Jacques Vriens (6/7/8)
Met de hele klas een verhaal beleven door allemaal hetzelfde boek te lezen: dat leidt tot mooie gesprekken en veel leesplezier.
De krat bestaat uit 32 boeken en een handleiding voor de leerkracht. In de handleiding worden suggesties gegeven om gesprekken te voeren aan de hand van “Vertel eens…” vragen van Aiden Chambers over het boek.
Rosa reist samen met haar familie het land door om op kermissen in theatervoorstellingen te spelen. Maar eigenlijk vindt Rosa toneelspelen verschrikkelijk. Als kleuter moest ze al meedoen en stond ze te huilen op het podium. Nu ze ouder is, speelt ze braaf haar rolletjes, maar ze zou liever bij de draaimolen helpen of achter de kassa zitten. Gelukkig heeft Rosa Teunis, de zeventienjarige jongen die de sterren van de hemel speelt in hun toneelstukken, vooral in de vrouwenrollen. Met hem sluit ze een dierbare vriendschap en ze komt erachter dat hij een groot geheim heeft.
Maar dan krijgt Rosa's vader een ongeluk. Oom Gerrit neemt de leiding over en gedraagt zich als een tiran. Wanneer hij Teunis wil ontslaan, komt Rosa met haar vriend in actie. Zo ontdekt Rosa dat ze toch meer voelt voor het theater dan ze wil toegeven. Lukt het Rosa en Teunis om oom Gerrit te stoppen?
Kermiskind is het nieuwe kinderboek van Jacques Vriens voor kinderen vanaf 10 jaar. Een prachtig historisch verhaal over een reizend theatergezelschap dat zich afspeelt op een kermis rond 1920. Als geen ander weet meesterverteller Jacques Vriens de geschiedenis van de jaren 20 tot leven te brengen voor de jonge lezer.
Met dit krat wordt aan de volgende SLO-doelen gewerkt:
- Kerndoel 1: De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen
- A. De school zorgt voor een rijke taal- en leesomgeving
- B. De school stimuleert de taalontwikkeling van leerlingen in alle leergebieden
- Kerndoel 2: De leerling begrijpt teksten
- A. De leerling toont begrip van zakelijke en literaire teksten
- B. De leerling evalueert en reflecteert op zakelijke en literaire teksten
- C. De leerling verkent de betrouwbaarheid van verschillende bronnen
- Kerndoel 4: De leerling voert gesprekken
- A. De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context
- B. De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen
- Kerndoel 5: De leerling ontwikkelt zich als een bewuste taalgebruiker
- A. De leerling reflecteert op het proces en evalueert het product van een taalactiviteit
- Kerndoel 6: De leerling toont inzicht in taal als systeem
- A. De leerling beschouwt de relatie tussen vorm en betekenis van taal
- B. De leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie
- Kerndoel 7: De leerling verkent het gebruik van taal
- A. De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit
- B. De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied
- Kerndoel 8: De leerling doet ervaring op met literatuur
- A. De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur
- B. De leerling verkent de waarde van literatuur
- Kerndoel 9: De leerling toont inzicht in literatuur
- A. De leerling toont inzicht in verschillende teksten
- B. De leerling toont inzicht in genrekenmerken van literatuur