Samenleeskrat: Misjka - Edward van de Vendel (5/6)
Met de hele klas een verhaal beleven door allemaal hetzelfde boek te lezen: dat leidt tot mooie gesprekken en veel leesplezier.
De krat bestaat uit 32 boeken en een handleiding voor de leerkracht. In de handleiding worden suggesties gegeven om gesprekken te voeren aan de hand van “Vertel eens…” vragen van Aiden Chambers over het boek.
Als Roya met haar ouders en broers eindelijk een huis krijgt in Nederland, vindt ze dat daar ook een huisdier bij hoort. Het wordt een schattig dwergkonijntje, en ze noemt het Misjka. De hele familie is dol op hem. Roya begint aan Misjka te vertellen over de vlucht uit haar land. Maar ze beseft dat ze daar zelf lang niet alles meer van weet. En dan, op een dag, is Misjka opeens verdwenen. Dit ontroerende verhaal over de liefde voor een huisdier en de vlucht van een gezin uit een oorlogsgebied is gebaseerd op ware gebeurtenissen.
Met dit krat wordt aan de volgende SLO-doelen gewerkt:
- Kerndoel 1. De school stimuleert de taalcompetentie van leerlingen
- A. De school zorgt voor een rijke taal- leesomgeving.
- B. De school stimuleert de taalontwikkeling in alle leergebieden.
- Kerndoel 2. De leerling begrijpt teksten.
- A. De leerling toont begrip van zakelijke en literaire teksten.
- B. De leerling evalueert en reflecteert op zakelijke en literaire teksten.
- C. De leerling verkent de betrouwbaarheid van verschillende bronnen.
- Kerndoel 4. De leerling voert gesprekken.
- A. De leerling voert gesprekken afgestemd op doel, gesprekspartner(s) en context.
- B. De leerling voert gesprekken om tot kennisopbouw, begrip of een aanpak te komen.
- Kerndoel 7. De leerling verkent het gebruik van taal.
- A. De leerling verkent hoe je met taaluiting geeft aan identiteit.
- B. De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied.
- Kerndoel 8. De leerling doet ervaring op met literatuur.
- A. De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur.
- B. De leerling verkent de waarde van literatuur.
- Kerndoel 9. De leerling toont inzicht in literatuur.
- A. De leerling toont inzicht in verhalende teksten.
- B. De leerling toont inzicht in genrekenmerken van literatuur.